RANO Dordrecht

DORDRECHT - De 80-jarige Jan Verzijl is in de wereld van de vrijwilligers bekend als Ton Verzijl. Sommige overheidsinstanties maken het nog bonter als ze hem aanschrijven onder de naam T.J. Verzijl.

Ton is een kindervriend. Hij meldde zich in de jaren vijftig aan om oorlogskinderen op te vangen. De naam Jan kwam frequent voor onder de leiding in de kinderkampen. Aangezien Jan flink van postuur was noemden de kinderen hem op een gegeven moment oom Ton. Hij heeft de bijnaam als een onderscheidingsteken gekoesterd.

Ziekenomroep RANO is mede door de inspanningen van Ton Verzijl van de grond gekomen. Verzijl was na korte tijd de bezielende kracht die als programmaleider verantwoordelijk was voor de uitzendingen. Hij hield zich ook bezig met de diadienst, een tak binnen de RANO waar diaseries met geluid werden vervaardigd voor de bejaardenhuizen. Ton en zijn vrouw deden de productie op zolder. Hij richtte een studio in met een aantal Revox recorders waarmee hij synchroon kon opnemen. Zijn vrouw sprak de teksten in die hij schreef. Het is een waar genoegen naar Ton te luisteren. De verhalen die van zijn lippen vloeien zijn doorspekt met anekdotes.

Hij vertelt dat hij niet uit hobby overwegingen bij de RANO aantrad, maar uit pure bezieling om iets voor zijn zieke medemens te kunnen betekenen. "Er was altijd aanloop van vrijwilligers bij de RANO. Ook lieden die zich enthousiast voor enkele avonden per week beschikbaar stelden. Het gebeurde meer dan eens dat ik bij het maken van het maandrooster mijn neus stootte. Een avond per week was bij nader inzien toch voldoende! Uiteindelijk kwam het hoge woord eruit: wat verdien ik er mee? Mijn antwoord was dan steevast: dat is heel eenvoudig, als jij het goed doet misschien een glimlach van een patiënt die even is afgeleid van zijn narigheid."

Verzijl heeft moeten knokken voor zijn ziekenomroep. "We waren zo arm als kerkratten. Met enkele mensen gingen we de donateurs langs. De een betaalde een gulden en de ander een riks. Enkelen gaven 25 gulden. De centjes die door de diadienst werden opgebracht gingen ook in de RANO pot. Het was echt armoe troef. We konden gemeentesubsidie krijgen als we er in toestemden politieke partijen aan het woord te laten. Dat wilden we niet." De matige inkomsten hadden geen invloed op de apparatuur. Het had geen zin dure recorders of andere afspeelapparatuur aan te schaffen vanwege de gebrekkige geluidsvoorziening in de ziekenhuizen. "We konden nog zulke welluidende programma's maken, uiteindelijk plugden we toch in op het ziekenhuisomroep-systeem met de daaraan verbonden slechte geluidskwaliteit. Zelfs in een modern ziekenhuis als Dordwijk is dat tot op de dag van vandaag niet om aan te horen."

Aanvankelijk bokste vicevoorzitter/penningmeester Ton Verzijl samen met zijn vrijwilligers op tegen de onwil van de ziekenhuisdirecties. "Ze moesten ons niet", herinnert de omroeppionier zich, "in het ene huis mochten we wel verzoekbriefjes ophalen en in het andere weer niet, of het moest stiekem. Meestal legden we de briefjes neer bij de receptie, zodat het bezoek ze meenam naar de patienten."

"Een keer per jaar kregen we officieel toestemming uit te zenden, op de zogenaamde ziekendag. Dan legden we een lijn over de daken van onze studio naar het RK. Ik ben ook op een zaterdagochtend uit m'n bed gebeld omdat het omroepsysteem in het RK defect was. Wij zijn daar naar toe gegaan en hebben 24 uur gezocht naar een kabelbreuk achter een trap. Toen moest ik bij de directie komen. "Jullie zijn de hemel in geprezen door de pastoor omdat de dienst toch te beluisteren viel. Maar ik wil de RANO niet in het ziekenhuis." Het lukt Ton Verzijl wegens gezondheids redenen niet meer de studio te bezoeken. Dat doet hem zeer. "Ik zou nog willen doorgaan. Als je er mee begint kun je niet meer stoppen."


Bron: Aspect, het personeelsblad van het Albert Schweitzer ziekenhuis, 11 maart 2002.

terug naar het overzicht